Om te begrijpen hoe mensen het leven in de Noordzee beïnvloeden, moeten we eerst weten hoe en waar de dieren van nature leven en waarom. Bodembemonstering en SPI’s met daarop krabben zijn deel van dit onderzoeksproces. Een verslag van een dag bodembemonstering.
Begrijpen waarom organismen voorkeur voor een bepaalde omgeving hebben is belangrijk, omdat er in de Noordzee een grote verscheidenheid bestaat aan leefgebieden. In het grote oppervlak tussen Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zijn veel verschillende processen gaande die voor deze grote variatie aan leefgebieden zorgen. Er zijn bijvoorbeeld grote getijdestromen, die twee keer per dag de Noordzee binnenkomen vanuit het Kanaal. Deze stromingen zijn verantwoordelijk voor het vormen van grote zandbanken, die weer voor variatie zorgen in het anders vlakke landschap. Er zijn ook kleinschaligere processen, waardoor er op sommige plekken meer voedsel beschikbaar is, of een andere ondergrond wordt gevormd. Al deze variaties bepalen waar een dier met bepaalde eigenschappen het beste kan leven. Zo wordt een anemoon die een harde ondergrond nodig heeft wel gevonden op de stenen van de Klaverbank, maar komt hij niet voor op de zandige en slibrijke bodems van de Noordzee.
De Bruine Bank is een van de vele zandbanken in de Noordzee. De getijde stroming en de windgolven verplaatsen sediment en vormen zo de zandbank. Door de waterbewegingen komt sediment in beweging en wordt het op verschillende plekken neergelegd, netjes gesorteerd op korrelgrootte. De rug van de zandbank is hierdoor zanderig, terwijl de troggen veel meer modder bevatten, maar ook steentjes en dode schelpen. Voor wie geïnteresseerd is in hoe we de verspreiding van dieren in de bodem bestuderen zoals de afgelopen dagen staat hieronder een stap-voor-stap fotoverslag van de gebruikte methode.